Hier bemerkte Marijn dat hij door zijn werk en ervaring met politieke vluchtelingen in 'De Vonk" Stichting 40-45 met al deze groepen aan de slag kon gaan zonder dat taal een probleem is. De meeste spraken alleen Russisch of Letlands, hetgeen Marijn totaal niet spreekt. Langzaam aan ging het van start met een beetje Duits en Engels, het geen bijna niemand toen sprak. Echter de taal van het lichaam is een prachtig middel om spel neer te zetten en om duidelijk te maken wat de essentie van het improviseren is. Letland had een enorme behoefte aan interactief toneel, na al die jaren van communistisch toneel met zijn strakke manier van regisseren en propaganda. Het was alsof je water gaf aan een enorme droge natuurlijke spons. De mensen wilde alles absorberen en meer en meer leren. Na twee weken werden er op scholen en in een theater in Riga improvisatievoorstellingen opgevoerd. Het publiek was laaiend enthousiast. Ter afsluiting werd Marijn geïnterviewd voor de Letlandse radio en Krant. Deze ervaring werd mede gebruikt voor de lesopzet bij het project "Laten we spelen 2000" in Johannesburg en het vervolg hierop in 2002 toen de zelfde groep trainers een vervolgworkshop gaven in Soweto en Port Alfred. Wil je meer hierover lezen tik dan op Laten we spelen 2000 en of Laten we spelen 2002. |